Petitchef

Groentenstoofpot uit de Provence



Dit gerecht eet ik al sinds de jaren ’80. Geïntroduceerd door jeugdvriendin Colette. Haar moeder bivakkeerde ooit, in een ver verleden, een tijdje in Frankrijk en schotelde ons af en toe gerechten voor die zij daar had leren kennen en koken. Dat vond ik destijds als puberale blaag best een beetje uitheems. Nu ik er zo over nadenk: sinds wanneer kan je hier eigenlijk aubergines krijgen? Het staat me niet meer bij.

In ieder geval, zoals ik het nu nog regelmatig maak zal vast afwijken van de eerste, oorspronkelijke versie van de moeder van Colette. Vaag staat me nog iets bij dat er, behalve uitgebakken spekblokjes, ook ham of gehakt werd gebruikt. Dat doen we dus niet meer! We aten dit met stokbrood en de schotel werd geserveerd met geraspte kaas of soms met een spiegelei (!?). Ook dat laatste hoeft niet. Dat brood wel: dat vind ik lekkerder dan dat er rijst of pasta erbij gegeven wordt. Het is vast niet authentiek maar wel makkelijk en lekker. En oh ja, ook gezond volgens mij. 

Voor een pan eten heb je de volgende ingrediënten nodig:

250 gram magere spekblokjes
2 grote gesnipperde uien
2 gele paprika's
2 courgettes
2 aubergine
6 vleestomaten, ontveld en in stukken of 2 blikken gepelde tomaten
2 tenen knoflook uit de knijper
kruiden als laurier, rozemarijn, tijm, oregano
rode wijn (of een combinatie van wijn en bouillon)
zout en peper.

Snij de paprika's, courgettes en aubergines in ongeveer gelijke stukken. Niet te klein maar ook niet bonkig groot. Ondertussen bak je de spekjes uit tot lekker krokant. Let wel op: de biologische spekjes van de Appie en consorten zijn net zo vochtig en sompig als de foute variant en bakken evenmin lekker goed uit. Doe eens gek en koop de spekjes bij de bioslager: een wereld van verschil.

Voeg vervolgens de uien toe en bak een minuutje of twee mee. Daarna doe je in volgorde de gele paprika, courgette en aubergine in de pan en bak elke groente even goed aan voordat je de volgende groentensoort erbij doet. Eindig met de ontvelde of ingeblikte tomaten. Nu gaan de knof, kruiden, zout en peper erbij. Die kruiden doe je gewoon een beetje op gevoel. Daarna schenk je de wijn in de pan, net zoveel tot alles bijna onderstaat. De laatste paar keer heb ik ongeveer een derde van de wijn vervangen door bouillon en dat bevalt me eigenlijk net iets beter. Dit is dus alles; laat de pan op laag vuur een uurtje staan. Serveer de groentenstoof in diepe borden, al dan niet bestrooid met goede geraspte kaas en lekker veel brood om door het vocht te halen. Sla erbij en je hebt een geslaagd zomers avondmaaltje voor vier personen. Daarbij mag een fles rode wijn natuurlijk niet ontbreken!








Beoordeel dit recept:
Genereer een andere beveiligde code  = 



dagmenu