Petitchef

West-Vlaamse overdaad; recept mazarine taart


West-Vlaanderen... de meest westelijke provincie van Vlaanderen gelegen aan de kust en grenzend aan Frankrijk. Gezegend met een weelderig, en zelfs voor de meeste Vlamingen onverstaanbaar West-Vlaams dialect dat als je Wikepedia mag geloven meer verschillen vertoont met het Standaard Nederlands dan Afrikaans!

Hoewel ik altijd in Nederland heb gewoond, liggen hier wel mijn roots. Als kind was ik hier in de weekenden vaak te vinden als ik samen met mijn ouders naar mémé (oma) ging. Mémé was dol op pattiserie en stuurde mij altijd als we aankwamen met haar portemonee 'achter' taartjes. Tja en dan sta je daar je te vergapen in de 'vitrine' en word je als bijdehand, toch wel erg Hollands sprekende jongedame wel eventjes stil van al die prachtige zoetigheid.

Mijn mémé woonde in Poperinge, waar ze onder andere de Mazarinetaart als specialiteit hebben. Dit is een sponsachtig taartje in warme saus met boter en kaneel. Het schijnt dat Kardinaal J. Mazarin, een staatsman onder Lodewijk XIV, zijn naam zou hebben gegeven hebben aan dit streekdessert. Ik las ergens dat de naam wellicht ook samenhangt met het Italiaanse "mazzerare", onderdompelen. Nou ja hoe het ook zit het is een speciaal taartje dat sinds een paar jaar nu ook als echt streekprodukt wordt erkend.


Poperingse Mazarinetaart

Deeg:
300 gr bloem
een mespuntje kaneel
een vleugje zout
25 g bruine suiker
6 eierdooiers
35 g gist
3 dl lauwe melk
200 g boter

Saus:
400 g suiker
6 eetlepels zoete witte wijn
2 koffielepels kaneel
klontje boter
2 borrelglazen rhum

Meng in een grote kom de bloem met kaneel. Maak daarin een kuiltje waarin je de gist en de lauwe melk mengt, voeg er als laatste de eierdooiers aan toe. Kneed alles tot een glad deeg. De suiker en de zachte boter erdoor verwerken en verder kneden tot er een vaste massa ontstaat. Laat het deeg een uur rijzen tot het qua volume bijna is verdubbeld. Doe het gerezen deeg in een ingevette springvorm, laat het nog zo?n 15 minuten rijzen en zet het dan drie kwartier in een warme oven van 200° C. Haal de taart uit de vorm en laat hem afkoelen op een taartrooster. Snij de taart vervolgens over de lengte in twee gelijke plakken die je later weer op elkaar plaatst.

Voor de bereiding van de saus meng je de suiker, zoete witte wijn met 33 dl water, laat dit koken tot een lichte siroop. Voeg daar 2 koffielepels kaneel, een klontje boter en 2 borrelglazen rhum aantoe en roer het rustig door. De twee taarthelften dompel je onder in de saus en laat je een half uurtje trekken. Om de saus nog beter te laten absorberen kun je met een breinaald het deeg nog eens extra doorprikken. Plaats de twee taarthelften na een half uurtje op elkaar schenk er de rest van de saus overheen.








Beoordeel dit recept:



dagmenu

Het dagmenu ontvangen: