Petitchef

Rookkast bouwen

Een dikke vier jaar geleden startte ik met mijn avonturen als amateur worstmaker. Een van de benodigdheden die daarvoor op de lijst stond was een rookkast. Googelen op 'rookkast' bracht me op tal van leveranciers die zich helemaal richtten op visroken, een oud Hollands gebruik. De kosten daarvan waren dusdanig dat ik me voornam om zelf een kast te gaan bouwen. Ik woonde niet voor niks tussen een lasbedrijf aan de ene kant en een aannemer met -toen nog zijn werkplaats- aan de andere kant.

Op internet vond ik op de site van het North Dakota Agricultural College een bouwtekening werkelijk een schoonheid van een rookhuis. Helemaal puur natuur, werkte met een vuurput waar een fik in gestookt moest worden, met een pijp verbonden met het feitelijke rookhuis. Mike, de Pool die bij de aannemer-buur werkte, werd er helemaal enthousiast van. Wat bleek, z'n vader had in Polen zo'n zelfde systeem. Vol vuur vertelde hij over het worstroken van z'n vader. Graag zou hij me helpen om de vuurgoot in m'n tuin te graven. Ik vond dat toch een beetje te gortig worden, zo'n project. Ik kon me nauwelijks voorstellen dat mijn brandweerbuurman rustig zou blijven als ik aan het roken zou slaan. Er moest dus een alternatief komen. Zelf bouwen, de keus ging alleen tussen hout of ijzer.

Nou kon ik wel timmeren, maar lassen ging me stukken slechter af. Verder googelend op 'build smokehouse' vond ik een keur aan voorbeelden van houten kasten. Het exemplaar dat ik vond in een van de beschrijvingen had de afmetingen die mij zo ongeveer voor ogen stonden: een oppervlak van pakweg 60x60 cm en zo'n 1m80 hoog. En het dak een beetje schuin, dan liep de regen er goed vanaf.

Een praatje met de aannemer maakte dat ik de sleutels van z'n werkplaats kreeg en ik daar de machines en gereedschappen kon gebruiken. Hij wilde ook wel bij de groothandel hout voor me halen, een plaat watervast verlijmd multiplex van 18 mm en wat einden 4x4 voor de constructie. Bij Gamma haalde ik alle andere benodigdheden voor de bouw.
Na een weekend flink doorzagen en lijmen stond de kast maandag klaar. Een flinke lik lak moest er nog op. En ik moest nog op zoek naar een rookafvoerkanaal, en een klep om de trek te regelen. Dat werd nog heel wat zoeken. Voor rookkanalen zijn geen kleppen te koop. Logisch, je wilt niet dat de rook in je huis blijft hangen. De oplossing vond ik bij een leverancier van luchtbehandelingsinstallaties. Die had wel een mooie handbediende klep-in-een-pijp voor me. Met een extra stuk pijp kreeg ik 'm passend op de rookkanaal afsluiting. Om de rook te genereren had ik onderin de kast een elektrische kookplaat gezet met daarop een oude pan om het rookhout in te doen.

Vrijdagochtend een week later was de kast gelakt en klaar voor gebruik. Eerste lading: 3 soorten zelfgemaakte worst en een streng pepers. Houtsnippers kreeg ik van de buurman, die had net eiken door de vandiktebank gehaald en schonk me het afval: 3 vuilniszakken vol snippers. Met de elektrische kookplaat op vol vermogen lukte het net om het hout aan het roken te brengen. Om het half uur een nieuwe pan snippers op de plaat. Aan het eind van de middag waren m'n eerste zelfgemaakte en -gerookte worsten klaar!










Beoordeel dit recept:



dagmenu

Het dagmenu ontvangen: